De appelvink zie je niet zo vaak. Hij is schuw en hij leeft nogal verborgen, vaak hoog in de bomen. Soms in de winter op de grond op zoek naar zaden. Hij staat bekend om zijn stevige snavel, waarmee hij een harde noot kan kraken.

 

 Heel gewoon is de roodborst, die je overal kan waarnemen. Het is een felle rakker als het om het verdedigen van zijn territorium gaat. Je ziet hem vaak op de grond naar vliegjes of diertjes zoeken.

 

 Een bijzonder gekleurde vogel is het, de groene specht. Hij komt erg weinig voor in het Lauwersmeer. Het is een echte miereneter, dus als je hem ziet, is het vaak op de grond.

 

Veel minder spectaculair dan de groene specht is de tjiftjaf. Je ziet hem onrustig op de takken van de bomen bewegen op zoek naar insecten. Hij komt veel voor en heeft een herkenbaar geluid, dat een beetje klinkt als zijn naam.

 

 Aan het petje op zijn kop kun je de zwartkop herkennen. Bij het vrouwtje is dat bruin, zoals hier op de foto. Het mannetje heeft een zwart petje. Ze staan bekend om hun prachtig heldere zang in het voorjaar.

 

 De oranje borst maakt de goudvink tot een opvallende vogel. Hij is het hele jaar aanwezig, maar je ziet hem niet zo vaak, ondanks de opvallende kleur, die bij het vrouwtje ontbreekt.

 

Als je zanglijster heet is dat geen toeval. Al in het vroege voorjaar kun je zijn uitbundige zang horen, vaak vanaf zijn hoge uitkijkpost in een boom. Hij overwintert in Frankrijk of Engeland.