De appelvink zie je niet zo vaak. Hij is schuw en hij leeft nogal verborgen, vaak hoog in de bomen. Soms in de winter op de grond op zoek naar zaden. Hij staat bekend om zijn stevige snavel, waarmee hij een harde noot kan kraken.

 Heel gewoon is de roodborst, die je overal kan waarnemen. Het is een felle rakker als het om het verdedigen van zijn territorium gaat. Je ziet hem vaak op de grond naar vliegjes of diertjes zoeken.

 Een bijzonder mooi gekleurde vogel is het, de groene specht. Hij komt erg weinig voor in het Lauwersmeer, maar lijkt deze kant op te komen. Het is een echte miereneter, dus als je hem ziet, is het vaak op de grond.

Veel minder spectaculair dan de groene specht is de fitis. Je ziet hem onrustig op de takken van de bomen bewegen op zoek naar insecten. Hij is in de zomer heel algemeen, de winter brengt hij door in Afrika. Hij lijkt erg op de tjiftjaf en is vooral door de zang er van te onderscheiden. 

 Aan het zwarte petje op zijn kop kun je de zwartkop herkennen. Bij het vrouwtje is dat bruin. Ze staan bekend om hun prachtig heldere zang in het voorjaar. Het is een trekvogel, die in het zuidwesten overwintert.

 

 De oranje borst maakt de goudvink tot een opvallende vogel. Hij is het hele jaar aanwezig, maar je ziet hem niet zo vaak, ondanks de opvallende kleur, die bij het vrouwtje ontbreekt. Het is een standvogel, die het hele jaar aanwezig is.

 

Als je zanglijster heet is dat geen toeval. Al in het vroege voorjaar kun je zijn uitbundige zang horen, vaak vanaf zijn hoge uitkijkpost in een boom. Hij overwintert in Frankrijk of Engeland.