Het is lang niet bij alle vlinders het geval, maar bij het icarus blauwtje, tenminste de mannetjes, is de onderzijde van de vleugels even mooi als de bovenkant. De foto’s laten het zien. Het felle blauw op de bovenvleugel  zie je als hij die opent. De prachtige onderzijde met de zachte kleuren en mooie randen zie je goed als hij de vleugels sluit. Hier verschillen de mannetjes en vrouwtjes weinig.

De sint-jansvlinder op knoopkruid. In de zomer is dat een veel geziene combinatie in het Lauwersmeer. De vlinder heeft zes opvallend rode vlekken op de zwarte ondergrond.

De rolklaver wordt graag bezocht door vlinders, zoals hier een zwartspriet dikkopje. Midden in de zomer tref je dit beeld vaak aan.

 

Nog een vrolijk geel beeld, hier van de kleine vos. Het is een zeer algemene vlinder. Deze soort is, net als sommige andere vlinders, helemaal afhankelijk van de brandnetel, omdat de rupsen niet van andere planten eten.

De atalanta op koninginnekruid. Een vlinder die niet zo moeilijk te herkennen is, omdat hij zo algemeen voorkomt. Het is een trekvlinder, na de winter komen ze hier naar toe vanuit zuid Europa.

Deze vlinder zat tegen het raam geplakt, het is de kleine wintervlinder. Dat is een nachtvlinder. De naam zegt het al, ze vliegen ‘s nachts, al zijn er ook soorten die overdag vliegen, de dagactieve nachtvlinders. Zoals de st-jansvlinder. Nachtvlinders hebben geen donker puntje aan het eind van de voelsprieten, daaraan kun je ze herkennen. Vaak zijn ze minder kleurig dan dagvlinders.