Als de zomer een eind is gevorderd kom je deze steenrode heidelibel veel tegen. Hier zit hij op  uitgebloeide wilde peen.
Van dichtbij ziet zijn kop er zo uit. Ze hebben geen twee ogen, maar samengestelde ogen,  zogenaamde facetogen. Je ziet ze op zijn kop zitten. Ze bestaan uit heel veel kleine vakjes, dat zijn allemaal kleine lensjes. Zo kunnen ze extra goed kijken. Dat is heel nuttig omdat ze in de vlucht de vliegjes vangen die ze zien.

De houtpantserjuffer zet zijn eitjes op boven het water hangend hout af, daar dankt hij zijn naam aan. Deze foto is in de late zomer in hert bos genomen. 

 

Het is niet zo gemakkelijk om alle soorten libellen te herkennen. De verschillen zijn vaak klein. Het zijn er wel zeventig en bovendien zitten ze nauwelijks stil om ze goed te bekijken. Dit is een bruinrode heidelibel. Een verschil met de steenrode heidelibel is, dat het zwarte randje bij de ogen niet doorloopt naar beneden.

 De libellen, zoals deze paardenbijter zijn vaak prachtig gekleurd. Hij neemt hier even pauze op het riet, dan kun je net even een foto nemen. ‘s Morgens vroeg is eigenlijk het beste moment, want dan moeten ze nog opwarmen en zitten ze stil.
 
Ook de voortplanting moet worden geregeld. Dit wordt wel een paringswiel van twee lantaarntjes.  Het mannetje hecht zich vast aan het achterlijf van het vrouwtje, zodat het op een wiel lijkt.  Als de bevruchting heeft plaats gevonden, zet het vrouwtje de eitjes af in het water.
Dit zijn juffers, die zijn wat kleiner en en hebben een slanker lijf dan de libellen. Ook staan de ogen verder uit elkaar en ze klappen de vleugels dicht als ze zitten. 

 

 Het achterlijf van de viervleklibel loopt taps toe. De vier vlekken op de vleugels zijn natuurlijk kenmerkend.