Libellen zijn insecten.  Ze leven over het algemeen kort, van enkele maanden tot enkele weken. Ze hebben vier vleugels en een lang achterlijf, dat uit segmenten bestaat en vaak prachtig gekleurd is. Er zijn twee groepen, de echte libellen en de juffers.

Als de zomer een eind is gevorderd kom je deze steenrode heidelibel veel tegen in het Lauwwersmeer. Het is een algemene soort in heel Nederland. Hier zit hij op  uitgebloeide wilde peen.

 

De houtpantserjuffer zet zijn eitjes op boven het water hangend hout af, daar dankt hij zijn naam aan.  Deze foto is in de late zomer in het bos, niet ver van het water, genomen.  Echte libellen en juffers kun je vooral aan de ogen onderscheiden. Bij de echte libellen staan de ogen voor op de kop en bij de juffers zitten ze aan de zijkant. Juffers houden in rust de vleugels vaak tegen het lichaam, de libellen houden ze uitgespreid.

 

 

Het is niet zo gemakkelijk om alle soorten libellen te herkennen. De verschillen zijn vaak klein. Het zijn er wel zeventig en bovendien zitten ze nauwelijks stil om ze goed te bekijken. Dit is een bruinrode heidelibel tegen de reflectie van de waterkant. Een verschil met de steenrode heidelibel is, dat het zwarte randje bij de ogen niet doorloopt naar beneden.

Van dichtbij ziet zijn kop er zo uit. Libellen hebben geen twee ogen, maar samengestelde ogen,  zogenaamde facetogen. Je ziet ze aan de zijkant op zijn kop zitten. Ze bestaan uit heel veel kleine vakjes, dat zijn allemaal kleine lensjes. Zo kunnen ze extra goed kijken. Dat hebben ze nodig, want in de vlucht vangen ze vliegjes. Het zijn fenomenale luchtacrobaten, vliegensvlug en zeer wendbaar.
 De libellen, zoals deze paardenbijter zijn vaak prachtig gekleurd. Hij neemt hier even pauze op het riet. ’s Morgens vroeg zijn ze zich aan het opwarmen, dat is de beste tijd om ze rustig te bekijken of een foto te nemen.

De vuurlibel ziet er egaal fel gekleurd rood uit. Het is een meer zuidelijke soort, die in het noorden aan het oprukken is vanwege de klimaatverandering. Je ziet hem vlak boven het water  jagen op vliegjes.

 Het achterlijf van de viervleklibel loopt taps toe en eindigt in het zwart.
Hij heet viervlek, vanwege de vlekken op de vleugels. Hij hoort tot de familie van de korenbouten. Je kan hem van eind april tot augustus zien vliegen. Hij is algemeen.