In 1969 weerd het laatste gat in de dijk van de Lauwerszee gedicht en veranderde de naam in Lauwersmeer. Het water ging van zout naar zoet. Was het in de begintijd een kale vlakte, in de loop der jaren is hier een prachtig natuurgebied ontstaan, dat in 2003 de status van  Nationaal Park  kreeg. Het landschap wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid. Er is water, van iets dieper tot plas dras. Er is open land, er is bos en er is parkachtig landschap. En dan is er nog het naastgelegen wad, met zijn wisselende waterstanden en kwelders. Deze landschappelijke variatie maakt het Lauwersmeer tot een uniek vogelgebied, waar een ongekend aantal soorten voor kortere of langere tijd verblijft.

 De stilte op het water en het mooie licht van de late zon achter de wolken, het is het Lauwersmeer ten voeten uit. Dit is het water bij de waterkering bij de Egbert Schuldinkeiland, vlak bij de sluizen aan de Friese kant. Genoemd naar een medewerker uit de begintijd van het meer.

    Even verderop heb je een weids uitzicht over het meer, hier op een vroege winterochtend. Aan de ene kant het meer, aan de andere kant de dijk, die sinds 1969 de grens is tussen het meer en  het Wad, tussen zout en zoet water.

Deze foto is genomen bij het bruggetje bij de Vlinderbalg. De Vlinderbalg kreeg vroeger deze naam omdat een schelpdier, die er veel voorkwam – de strandgaper- op een vlinder leek. Wolken, water en licht zijn ook hier weer beeldbepalend.

Het Nieuwe Robbengat ligt aan de strandweg. Het Robbengat was een geul in de Lauwerszee, waar robben ofwel zeehonden, zwommen, vandaar de naam. Eerder een geliefde plek voor vogelfotografen, omdat je hier met de auto, de mobiele schuilhut, dicht bij de vogels op het water kan komen. Tegenwoordig een landelijk bekende visplek, omdat er veel vis is uitgezet, vooral de zalmforel.

De Ezumakeeg, aan de westkant van het meer, is een vogelgebied bij uitstek. Het is vroegere landbouwgrond, dat omgevormd is tot natuurgebied. Er foerageren , vooral in de trektijd, veel steltlopers in het ondiepe water en op de slikranden. Het is gevuld met regenwater, zodat het met name in de zomer wel droog kan vallen, zeker met de huidige klimaatverandering. Vogelliefhebbers uit het hele land komen er een kijkje nemen. En als het heel heet is zoeken de konikpaarden er verkoeling.

De Bantpolder is nu een kruidenrijk stuk grasland. Het is een ingedijkte oud kweldergebied.  Hier is het  herfst en de Bantpolder staat bijna helemaal onder water door overvloedige regenval. De avond valt en de vogels hebben zich vol gegeten op het Wad en zoeken een rustplaats voor de nacht. In de zomer broeden er veel vogels, zoals de grutto,de tureluur, de veldleeuwerik en tegenwoordig zelfs weer een enkele kemphaan. 
 
Het Lauwersmeer is een opvanggebied voor het water uit het achterland. Via de Zoutkamperril, de verlenging van het Reitdiep in Groningen, stroomt het overtollige water het Lauwersmeer in. Het wordt daarna via de Cleveringsluizen geloosd in de Waddenzee. Omgekeerd varen garnalenschepen van het wad naar het vroegere vissersdorp Zoutkamp. Door de afsluiting van de zee, heeft de visserij zich verplaatst naar de haven van Lauwersoog.