Insecten worden gelokt door de nectar van de planten en brengen stuifmeel over van de ene plant op de andere, zodat die zich voort kan planten. Ruim drie kwart van de planten zijn er van afhankelijk.We moeten insecten dus koesteren, juist omdat de aantallen indrukwekkend achteruit zijn gegaan.

Bijen, er zijn meer dan 300 soorten, zijn de belangrijkste bestuivers. Hier zie je de distelbehangersbij, die, de naam zegt het, vaak op distels is te vinden. Bijen hebben vaak een voorkeur voor bepaalde planten.

De honingbij is misschien wel de bekendste bij, maar het is een cultuurbij, die gehouden wordt door imkers en komt nauwelijks in het wild voor. De foto is genomen op het park Suyderoogh, waar een bijenkast staat.

Hommels horen bij de familie van de bijen. Ze zien er vaak kleurig en nogal behaard uit. Er zijn een kleine dertig soorten, die soms moeilijk van elkaar zijn te onderscheiden. Deze veldhommel snoept van de nectar van het koninginnekruid.

Ook zweefvliegen zijn belangrijke groep bestuivers. Ze zijn soms moeilijk van bijen te onderscheiden, maar ze hebben geen twee, maar één paar vleugels en kortere voelsprieten. Deze snorzweefvlieg verlekkert zich aan het duizendguldenkruid, een prachtig plantje van duinvalleien, maar ook ruimschoots in het Lauwersmeer aanwezig.

Er zijn meer dan 300 soorten zweefvliegen. De sleedoorn is een van de eerste bloeiende struiken in het voorjaar. De kegelbijvlieg brengt er een bezoekje aan. Het voorjaar is begonnen.

Zijn zweefvliegen soms moeilijk van bijen te onderscheiden, het wordt er niet gemakkelijker op als een zweefvlieg de naam van een bij draagt: de blinde bij. Hier zit hij op de teunisbloem, die in de zomer sommige plekken geel kleurt.

Bestuiving vindt ook plaats door ander insecten. Eén van de mooiste voorbeelden in het Lauwersmeer is de sint-jacobsvlinder, die de voor de bevruchting van de grote muggenorchis zorgt. Het stuifmeeklompje kleeft aan zijn tong en hij brengt het naar de volgende, zo zeldzame orchidee.