De tapuit is een insecteneter, die je met zijn slanke gestalte vaak op de grond ziet foerageren. Ze broeden wel in konijnenholen. Omdat er door ziektes minder konijnen zijn, zijn broedende tapuiten  in aantal achteruit gegaan.
 
Het is geen toeval als je een putter op een distel ziet , want hij wordt wel distelvink genoemd. Ze eten graag de zaden van distels. Deze kleurrijke vogel is het hele jaar aanwezig.
 
In de winter is de kneu vrij egaal bruin ,maar in zomerkleed krijgt hij een een mooie rode borst en dito petje. Je ziet ze vaak in groepjes foerageren.
 
De fitis is iets geler van kleur dan de wat algemenere tjiftjaf en zijn poten zijn vaak lichter. Verder lijken ze erg op elkaar. De verschillen in zang zijn wel duidelijk, dus als je het liedje kent, wordt de herkenning een stuk gemakkelijker.
 
Je ziet de zwarte roodstaart vaak in een stenige omgeving, want het is eigenlijk een rotsvogel. Dit is een vrouwtje, grijsbruin van kleur. Het mannetje is zwart, maar de roestrode staart is bij beide aanwezig.
 

In het vroege voorjaar, begin maart, is de witte kwikstaart één van de eerste zangvogels die hier weer arriveren. Een mooi moment als je de eerste weer ziet.. Hij is niet te missen, zo veel komt hij voor.

Als laatste vogel van dit rijtje de graspieper. Hij houdt van open landschappen met korte vegetatie. Hier heeft hij ook zijn nest. Het is een algemene vogel in het Lauwersmeer.