Het Lauwersmeer is rijk aan plantensoorten en als je even de tijd neemt, zie je op de planten vaak insecten zitten. Er is veel moois te zien. Hier een lieveheersbeestje balancerend op een rietstengel. De lieveheersbeestjes zien er lang niet allemaal hetzelfde uit, want er er zijn wel zestig soorten.
Een vlieg is niet zo’n troetelinsect als het lieveheersbeestje, maar als hij op zo’n prachtplantje als de parnassia gaat zitten, vormt het een mooi contrast.

 

 Op deze uitgebloeide pastinaak zit de pyjamaschildwants. Opvallend rood zwart gestreept.  Hij heeft er zijn naam aan te danken en wordt ook wel gevangeniswants genoemd.

 

Mooi groen gekleurd is de sabelsprinkhaan met zijn opvallend lange voelsprieten en bruine streep op de rug. Je hoort hem wel luidruchtig tsjirpen in de avondlucht. Hier bezoekt hij de wilde margriet, in juni massaal aanwezig.

 

De veldsprinkhaan valt niet erg op vanwege zijn goede  schutkleur. Hij heeft sterke achterpoten, je ziet hem wel springen als je door wat ruigte loopt. Ze tsjirpen door met met hun achterlijf langs de voorvleugels te wrijven. Door de trilling ontstaat het geluid. Het is de bedoeling dat de vrouwtjes door het geluid worden gelokt.. 

Deze roodbruine kever, de weekschildkever, wordt wel soldaatje genoemd. Je ziet ze vaak op bloemen zitten, zoals hier op de wilde peen. Ze jagen op insecten.

 

In het Lauwersmeer zijn in de begintijd veel elzen aangeplant. In het voorjaar zie je wel dat ze veel beschadigde bladeren hebben. De boosdoener is het elzenhaantje, een klein metaalachtig zwart kevertje. Je ziet hem hier hard aan het werk om gaten in een elzenblad te vreten.